Samenwerken is Groeien Samen aan de slag

Convenant Gewasbescherming: nieuwsbericht #6

dinsdag 20 oktober 2026

Reductiedoelen en ketenpartijen
 
Via frequente nieuwsberichten informeren we onze achterban over de voortgang van het Convenant Gewasbescherming. De afgelopen periode is verder gewerkt aan de uitwerking van de generieke en sectorale deelconvenanten. De sectoren brengen samen met Wageningen University & Research (WUR) mogelijke reductiedoelen en de bijbehorende innovatieopgaven in beeld. Tijdens het overleg van de kerntafel op 16 oktober jl. is onder meer met staatssecretaris Silvio Erkens gesproken over rechtszekerheid voor telers, over financiering en over de verdere planning. Op 6 november gaan Tweede Kamerleden in gesprek met de deelnemers aan het convenantstraject. 
 
Reductiedoelen en innovatieopgaven 
De sectorale deelconvenanten worden uitgewerkt voor Akkerbouw, Vollegrondsgroente, Bomen, Vaste planten & Zomerbloemen, Fruitteelt, Bloembollen, Glastuinbouw en Biologisch. Iedere sector heeft een plan van aanpak ingediend. 
 
Op basis hiervan brengen de sectoren samen met WUR mogelijke reductiedoelen en de bijbehorende innovatieopgaven in beeld. WUR heeft van het ministerie van LVVN een opdracht gekregen om het reductiepotentieel (in milieubelastingpunten) en de bijbehorende ambities in kaart te brengen, met een routekaart richting 2035 en 2040. 
 
Daarbij wordt uitgegaan van de periode 2011-2013 als referentieperiode. De ‘Milieu-Indicator Gewasbescherming’ (MIG) wordt gebruikt om de milieubelasting inzichtelijk te maken en mogelijke reductieroutes te verkennen. De indicator geeft richting, maar schrijft geen reductiedoel voor. De analyse moet een bandbreedte opleveren van wat er mogelijk is. Vervolgens bepalen de sectoren zelf welke ambities zij willen vastleggen en tegen welke voorwaarden. Het uiteindelijke reductiepercentage hangt samen met de haalbaarheid en het ambitieniveau van de innovatieprogramma’s. De sectororganisaties benadrukken dat daarbij ook de economische gevolgen inzichtelijk moeten zijn. Zonder een goede economische doorrekening is het lastig om afspraken te maken over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de plannen. Op verzoek van de sector wordt die doorrekening nu ook gemaakt. Onzekerheid over de economische gevolgen maakt het moeilijk om te bepalen welke afspraken haalbaar zijn en welke investeringen daarvoor nodig zijn. LVVN heeft toegezegd om tijdens de kerntafel van 6 november een voorstel voor een economische doorrekening voor te leggen, inclusief planning. 
 
Rechtszekerheid 
Tijdens het overleg met staatssecretaris Erkens is opnieuw gesproken over de voorwaarden voor een succesvol convenant. Voor de sectorpartijen staat voorop dat afspraken moeten bijdragen aan rechtszekerheid en continuïteit voor telers, naast een juridisch houdbaar beleidskader voor Natura 2000 en de leefomgeving. Daarmee moet een einde komen aan de onzekerheid die ontstaat door het huidige ‘postcodebeleid’ en de wildgroei aan handhavingsverzoeken. 
 
De staatssecretaris heeft aangegeven zich te blijven inzetten voor een convenant dat telers perspectief biedt én een juridisch houdbare basis legt voor het beleid. De staatssecretaris ziet politieke ruimte voor het convenant en heeft aangegeven een convenant dat hij kan ondertekenen ook in de Tweede Kamer te willen verdedigen. 
 
LTO, NAJK, BO Akkerbouw en Greenports Nederland hebben opnieuw aandacht gevraagd voor een betrouwbare meetmethodiek en monitoring. Die zijn essentieel om inzicht te krijgen in welke stoffen in de natuur of leefomgeving terechtkomen en om te kunnen beoordelen of maatregelen daadwerkelijk effect hebben. Het ministerie van LVVN zal het initiatief moeten nemen voor de ontwikkeling van een meet- en monitoringsprotocol. 
 
Ketenpartijen 
Het Rijk heeft € 250 miljoen gereserveerd, onder meer voor kennis- en innovatieprogramma’s. De staatssecretaris heeft ketenpartijen opgeroepen om ook zelf financieel bij te dragen en zich aan het convenant te verbinden. Hij zal hierover zelf met ketenpartijen in gesprek gaan en de Tweede Kamer informeren over de resultaten. De sectororganisaties wijzen erop dat een groot deel van de keten coöperatief is georganiseerd: een bijdrage van die keten is dan ook boerengeld en dus ‘vestzak-broekzak’.   
Voor extra budget heeft de staatssecretaris geen toezegging gedaan; dit hangt mede af van het ambitieniveau en de uitwerking van de plannen. 
 
Gesprek met Tweede Kamerleden 
Op 6 november gaan Tweede Kamerleden in gesprek met de deelnemers aan het convenant traject. Het gesprek sluit aan op het Kamerdebat van 8 oktober, waarin Kamerleden onder meer zorgen uitten over het ambitieniveau en de haalbaarheid van de doelen. Ook de gevolgen voor de voedselproductie wanneer gewasbeschermingsmiddelen op korte termijn wegvallen zonder werkbare alternatieven, kwamen daarbij aan de orde. 
Het gesprek van 6 november biedt gelegenheid om de voortgang van de sectorale plannen en de ambities van plantaardige sectoren toe te lichten. Tegelijkertijd is er ruimte om de zorgen en prioriteiten van Kamerleden te bespreken. De sector wil verantwoordelijkheid nemen voor het verminderen van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen. Daarvoor zijn wel de juiste randvoorwaarden nodig, waaronder innovatie, beschikbare alternatieven, economische haalbaarheid en uitvoerbare afspraken. 
De maatschappelijke urgentie om de milieubelasting te verlagen wordt breed gevoeld, ook door telers zelf. Zij willen stappen zetten naar duurzamere teeltsystemen, maar moeten ook in de toekomst rendabel gezonde gewassen kunnen blijven telen. Rechtszekerheid, helder en eenduidig beleid en concreet handelingsperspectief zijn daarvoor onmisbaar. 
In de volgende nieuwsbrief praten we je bij over hoe dit gesprek is verlopen.  

19-10-2026